Kleding

 

'TOREN'

Het hoofddeksel dat de vrouwen op onderstaande foto's dragen is de zogenaamde 'toor'. Een trend die rond 1870 ontstond en na de Tweede Wereldoorlog weer verdween. Hij werd gedragen door de 'sjiekere' vrouwen van de Noordlimburgse plattelandsdorpen bij openbare gelegenheden en feesten en als een soort bekroning van de zondagse kledij.

Aanvankelijk sober, groeide de 'toor', naarmate de welvaart van de boeren toenam, uit tot ware meesterwerken. De 'mutsenmaaksters' waren echte kunstenaars. Het laten maken van een 'toor' kostte rond 1900 al gauw 50 tot 100 gulden, afhankelijk van de uitvoering. In het voorjaar kreeg de 'toor' meestal een grote beurt. Met Pasen kon hij dan in al zijn glorie met 'sjnurk' (omslagdoek) en bijbehorende sieraden worden vertoond. Er waren doordeweekse, zondagse en rouw-toren.

In het streekmuseum 't Land van Peel en Maas is een drietal 'toren' te bezichtigen.

Comments are closed